Home/Wetgeving, normen en toezicht
Wetgeving, normen en toezichtHet fundament onder de benchmark
De Pensioenwet, de Aanbevelingen Uitvoeringskosten, de Code Pensioenfondsen, de Wtp en de verslaggevings- en controleregels voor accountants — en de lijn die zij sinds 2011 samen trekken. Kosten rapporteren is het begin. Kosten vergelijken, verklaren en verantwoorden is de volgende stap.
Ontwikkelingen vanaf 2011
Wet, zelfregulering, gedragscode en verslaggevingsregels wijzen alle dezelfde kant op: kostencijfers zijn een middel, geen doel. Hieronder staat wie wat vraagt; daarna is elk onderdeel afzonderlijk uitgewerkt.
- Pensioenwet
- Schrijft kostentransparantie voor: de drie kengetallen in het bestuursverslag.
- Aanbevelingen Uitvoeringskosten
- Geven nadere invulling aan uniforme rapportage, vergelijkbaarheid en het in perspectief plaatsen van kosten.
- AFM
- Heeft vastgesteld dat correcte cijfers alleen onvoldoende zijn voor goede kostenverantwoording, en noemt een gedegen benchmarkvergelijking voor de verantwoording in het jaarverslag.
- Tweede Kamer en regering
- Hebben benadrukt dat de wettelijke informatie-eisen een middel zijn om belanghebbenden in staat te stellen zich een oordeel te vormen over de verhouding tussen kosten en baten en tussen kosten, risico en rendement.
- Code Pensioenfondsen
- Verlangt jaarlijkse monitoring en evaluatie van kwaliteit en kosten (norm 6).
- VO en BO
- Moeten expliciet een oordeel geven over de gemaakte uitvoeringskosten.
- RJ 610
- Bevat verslaggevingsvoorschriften voor de uitvoeringskosten in het bestuursverslag.
- NBA
- Beschrijft via de controlestandaarden en Handreiking 1144 de verantwoordelijkheden van de externe accountant in deze specifieke toezichtomgeving.
De wettelijke kengetallen voor uitvoeringskosten
De wetgeving op het gebied van te rapporteren kengetallen voor de uitvoeringskosten is met de Wtp onveranderd gebleven. Deze luidt als volgt:
- Pensioenfondsen moeten de totale kosten van vermogensbeheer in euro's en als percentage van het gemiddeld belegd vermogen rapporteren. Dit geldt eveneens voor de transactiekosten.
- Wat betreft de pensioenbeheerkosten moeten de kosten in euro's per deelnemer en de totale euro's gerapporteerd worden. Het aantal deelnemers is de som van het aantal actieve deelnemers en gepensioneerden.
Wettelijke verankering van de kostentransparantie
In artikel 45a van de Pensioenwet is een expliciete wettelijke verplichting opgenomen om in het bestuursverslag informatie te geven over de uitvoeringskosten. Pensioenfondsen verstrekken informatie over drie hoofdcategorieën.
Administratieve uitvoeringskosten
Als totaalbedrag en als bedrag per deelnemer of pensioengerechtigde.
Kosten van vermogensbeheer
Als totaalbedrag en als percentage van het gemiddeld belegde vermogen.
Transactiekosten
Eveneens als totaalbedrag en als percentage van het gemiddeld belegde vermogen.
Voor de toelichting op de uitvoeringskosten verwijst de AFM naar de via zelfregulering tot stand gekomen Aanbevelingen Uitvoeringskosten. Met behulp van deze toelichting kunnen de deelnemers de kosten in context beoordelen. Dit houdt in: wat krijg ik, rekening houdend met beleidsbeslissingen, terug voor deze kosten? Denk hierbij bijvoorbeeld aan rendementen en service.
Aanbevelingen Uitvoeringskosten
Van belang is dat benchmarking geschiedt op basis van uniform berekende wettelijke kengetallen zoals uiteengezet in de Aanbevelingen Uitvoeringskosten: het geldende normenkader van pensioenfondsen voor het rapporteren van de uitvoeringskosten, dat via zelfregulering tot stand is gekomen door de commissie verslaggeving en uitvoeringskosten van de Pensioenfederatie, met als belangrijke co-auteurs Anne Laning en Eric Veldpaus.
De conceptversie is onder andere afgestemd met pensioenfondsen, vermogensbeheerders, pensioenuitvoeringsorganisaties, accountants en de toezichthouders DNB en AFM. Doel was vast te stellen dat de gevraagde gegevens kunnen worden opgeleverd en getoetst door de controlerende accountants. Van belang is dat ook toezichthouders dit onderschrijven.
De Aanbevelingen zijn sectorale zelfregulering en kennen sinds de herziening van 2016 het uitgangspunt comply or explain: past een pensioenfonds een vetgedrukte aanbeveling niet toe, dan legt het in het jaarverslag uit waarom daarvan wordt afgeweken — tenzij het betreffende onderdeel rechtstreeks uit wet- of regelgeving voortvloeit. Daarmee moet onderscheid worden gemaakt tussen wettelijke rapportageverplichtingen, waaraan het pensioenfonds moet voldoen, en zelfregulering, waarvoor comply or explain geldt.
“De Aanbevelingen Uitvoeringskosten zie ik niet als een louter technisch compliancevraagstuk, maar ook als een governance- en verantwoordelijkheidsvraagstuk, waarin compliance wel degelijk een belangrijke rol kan spelen. Juist bij zelfregulering en open normen gaat het om het scherp houden van het bestuur op de onderliggende ratio van transparantie, en niet alleen op formele naleving. En daarnaast kunnen geschillen over kosten aanleiding geven tot juridische risico's.”
“Met het oog op de Wtp wint dit vraagstuk aan urgentie. De introductie van cohorten en mogelijke kostenverschillen binnen één fonds vergroot het risico op vragen, klachten en geschillen. Tijdige, heldere en uitlegbare communicatie is daarbij essentieel, maar ook complex.”
Aanbevelingen Uitvoeringskosten
Het normenkader van de Pensioenfederatie voor het rapporteren van uitvoeringskosten, herziene versie 2016.
Download de AanbevelingenDe 22 vetgedrukte aanbevelingen
Alle vetgedrukte aanbevelingen vallen onder het ‘comply or explain’-principe, tenzij wet- en regelgeving een aanbeveling dwingend voorschrijft — zoals de drie kengetallen die gerapporteerd moeten worden. Kiest een pensioenfonds ervoor af te wijken, dan neemt het in het jaarverslag een toelichting op over de reden van afwijking.
Bekijk alle 22 vetgedrukte aanbevelingen
- Het kengetal voor kosten van vermogensbeheer wordt gepresenteerd als een percentage met twee decimalen.
-
Bekijk deze kosten ook in relatie tot:
- het gekozen beleggingsbeleid en de bijbehorende benchmarkkosten — benchmarken geeft aan wat de kosten voor het pensioenfonds zouden zijn geweest indien de beleggingsportefeuille met de gekozen allocatie naar de verschillende beleggingscategorieën zou zijn gemanaged tegen de gemiddelde kosten van het universum. Met behulp van dit gegeven kan het bestuur het kostenniveau van het pensioenfonds beoordelen;
- het rendement over een langere termijn, ook in relatie tot het bijbehorende benchmarkrendement.
- Het kengetal voor transactiekosten wordt gepresenteerd als een percentage met twee decimalen.
- Informatie over de hoogte van de uitvoeringskosten gaat vergezeld van informatie over de relevante beleidskeuzes.
- Deelnemers moeten kunnen beschikken over informatie op hoofdlijnen over uitvoeringskosten.
- De aard van de dienstverlening leidt tot kostenverschillen. Het pensioenfonds licht dat toe in het bestuursverslag.
- Bij het transparant maken van kosten worden kosten niet gesaldeerd met opbrengsten. Een van de fundamentele uitgangspunten is dat de kosten separaat gerapporteerd worden.
- Indien een pensioenfonds belegt middels beleggingsfondsen worden de kosten van vermogensbeheer en transactiekosten van die beleggingsfondsen meegenomen in de totale kosten.
- Opbrengsten en kosten worden toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben, waarbij op passende wijze de kosten worden verantwoord in dezelfde periode als de samenhangende opbrengsten.
- Eénmalige kosten worden meegenomen in de berekening van kosten.
- Eénmalige kosten worden toegelicht in het bestuursverslag.
- Pensioenfondsen rapporteren de kosten transparant overeenkomstig deze Aanbevelingen, met daarbij een toelichting op de gehanteerde grondslagen. Wanneer het inzicht in de kosten nog niet volledig is, of omwille van bijvoorbeeld bestaande contractuele bepalingen nog niet mogelijk, wordt een schatting van de kosten alsmede een toelichting in het verslag opgenomen.
- De kostprijsverhogende belastingen worden meegenomen als kosten in de categorie waar deze belastingen op drukken; dus de btw op vermogensbeheerkosten als vermogensbeheerkosten, enzovoort.
- Belastingen op rendement worden niet als kosten meegeteld, omdat dit geen kostprijsverhogende heffingen zijn.
- Alle kosten worden gepresenteerd in euro's.
- Alle kosten worden meegenomen bij de bepaling van de kosten pensioenbeheer. Als een materieel deel van de kosten voor pensioenbeheer blijvend niet ten laste van het pensioenfonds komt omdat dit door de werkgever(s) gedragen wordt, worden deze kosten toch meegenomen ter bevordering van de vergelijkbaarheid met andere pensioenfondsen. Worden deze kosten niet meegenomen en zijn zij wel materieel voor het inzicht in de kosten, dan worden zij separaat toegelicht in het jaarverslag.
- Pensioenfondsen maken zelf een toerekening van algemene kosten naar pensioenbeheer- en vermogensbeheerkosten en onderbouwen deze schatting. De onderbouwing van de schatting wordt in het jaarverslag toegelicht.
- De kosten van pensioenbeheer worden gedeeld door het aantal actieve deelnemers en gepensioneerden.
- De aantallen actieve deelnemers en gepensioneerden die samen het totaal vormen in de noemer zijn gelijk aan de gegevens die in jaarstaat J701 aan DNB worden gerapporteerd. Door aan te sluiten bij de definitie van DNB worden dubbeltellingen zoveel mogelijk voorkomen.
- Het hanteren van het look through-principe betekent dat alle kosten van vermogensbeheer van alle lagen inzichtelijk moeten worden gemaakt.
- Bij een direct aan de beurs genoteerde belegging zijn de managementkosten geïntegreerd in de beurskoers. Vanwege het onlosmakelijk verbonden zijn met de winst- en verliesrekening van de beursgenoteerde entiteit zijn deze kosten niet aangemerkt als kosten van vermogensbeheer en worden deze niet opgenomen.
- Het gemiddeld beheerd vermogen (AuM) wordt berekend op basis van de ultimo maandstanden: gemiddeld beheerd vermogen = (0,5 × dec + jan + feb + … + 0,5 × dec) / 12.
Goed pensioenfondsbestuur, ook op kosten
Het doel van de Code Pensioenfondsen is het bevorderen van goed pensioenfondsbestuur. De Code geeft normen voor de manier waarop pensioenfondsen hun maatschappelijke taak uitvoeren en verantwoording afleggen.
De Code Pensioenfondsen 2024, die sinds 1 januari 2024 geldt, is opgesteld door de Pensioenfederatie en de Stichting van de Arbeid. Centraal staat dat pensioenfondsen financiële instellingen zijn met een sociaal doel: het zonder winstoogmerk uitvoeren van de pensioenregeling voor deelnemers en pensioengerechtigden.
De Code beoogt daarom onder meer:
- goed bestuur en zorgvuldig beleid te bevorderen;
- de belangen van deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden evenwichtig af te wegen;
- transparantie en verantwoording over beleid, keuzes en resultaten te versterken;
- de kwaliteit van de uitvoering te bewaken;
- aandacht te waarborgen voor kwaliteit, kosten en uitbesteding;
- intern toezicht, medezeggenschap en risicobeheersing goed te organiseren;
- het vertrouwen in pensioenfondsen en de pensioensector te ondersteunen.
Norm 6“Het pensioenfonds heeft een visie op de kwaliteit van de uitvoering van de pensioenregeling en het daarbij behorende kostenniveau. Het pensioenfonds monitort de kwaliteit en kosten van uitvoering en evalueert deze jaarlijks.”
De Code verlangt niet alleen dat een bestuur weet hoe hoog de kosten zijn, maar dat het die kosten beoordeelt in relatie tot de kwaliteit van de uitvoering. Een gedegen benchmark kan het bestuur helpen om die jaarlijkse evaluatie objectief te onderbouwen.
Bekijk de Code PensioenfondsenVO: expliciet oordeel over uitvoeringskosten
Artikel 115a Pensioenwet bepaalt dat het bestuur verantwoording aflegt aan het VO. Het VO geeft op basis van onder meer het bestuursverslag, de jaarrekening en de bevindingen van het intern toezicht een oordeel over het gevoerde beleid en beleidskeuzes voor de toekomst.
Onder de huidige Pensioenwet is daar expliciet aan toegevoegd:
“Het oordeel omvat in ieder geval een oordeel over de gemaakte uitvoeringskosten.”
Het VO kan dus niet volstaan met uitsluitend een algemeen oordeel over het bestuur: de wetgever verlangt expliciet een oordeel over de gemaakte uitvoeringskosten.
Bovendien noemt artikel 115a bij de beleidskeuzes voor de toekomst expliciet de keuzes die van invloed zijn op de uitvoeringskosten.
Bekijk het amendementOp basis waarvan kan een VO of BO een gefundeerd oordeel vormen over de uitvoeringskosten?
Een absoluut kostencijfer of een vergelijking met uitsluitend het sectorgemiddelde geeft daarvoor beperkte informatie. Voor een inhoudelijk oordeel moet inzicht bestaan in de ontwikkeling van de kosten, vergelijkbare pensioenfondsen, relevante kostendeterminanten en hetgeen tegenover het kostenniveau staat.
Wat IBI voor VO en BO maaktVerslaggeving en controle rond het bestuursverslag
De accountant krijgt via zijn werkzaamheden bij jaarrekening en bestuursverslag te maken met de juistheid, consistentie en verslaggeving van deze informatie. In het bestuursverslag moet inzicht worden gegeven in de uitvoeringskosten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen:
- pensioenbeheer- en administratieve uitvoeringskosten;
- vermogensbeheerkosten;
- transactiekosten.
Handreiking 1144 geeft de externe accountant en de internal auditor aanwijzingen over hun specifieke verplichtingen vanuit toezichtwet- en regelgeving bij pensioenfondsen.
Van belang is dat het bestuur, VO en BO de conclusies kunnen onderbouwen.
Verantwoordelijkheden rond het bestuursverslag
De accountant moet de daarvoor voorgeschreven werkzaamheden uitvoeren en materiële inconsistenties of materiële onjuistheden beoordelen binnen het toepasselijke verslaggevings- en controleraamwerk. Wanneer een pensioenfonds zijn kostenniveau in het bestuursverslag verklaart aan de hand van benchmarkinformatie, kan die informatie wél relevant zijn voor de werkzaamheden van de accountant met betrekking tot het bestuursverslag en andere informatie.
De vraag is hoe de accountant de verantwoording van uitvoeringskosten in het bestuursverslag kan beoordelen. Nagegaan moet worden of de toelichting voldoende begrijpelijk en consistent is. Hiervoor is informatie nodig over vergelijkbare pensioenfondsen, relevante kostendeterminanten, kwaliteit, dienstverlening, risico en rendement. Een gedegen benchmark is daarvoor een belangrijke informatiebron.
Daarmee is benchmarking niet alleen relevant voor het pensioenfondsbestuur en VO/BO, maar kan zij ook bijdragen aan een beter onderbouwd bestuursverslag en aan de informatieomgeving waarbinnen de externe accountant zijn werkzaamheden verricht.
Eén consistente lijn van 2011 tot 2026
De aandacht voor de uitvoeringskosten van pensioenfondsen is niet nieuw. Al sinds 2011 houden de overheid, de Pensioenfederatie, de AFM en de Tweede Kamer zich bezig met de vraag hoe pensioenfondsen hun uitvoeringskosten rapporteren en verantwoorden.
In de afgelopen vijftien jaar is daarbij een duidelijke ontwikkeling zichtbaar. Aanvankelijk lag de nadruk vooral op volledigheid en transparantie van kostencijfers. Vervolgens kwamen uniformiteit en vergelijkbaarheid centraal te staan. Inmiddels gaat het nadrukkelijk ook om de vraag hoe het pensioenfonds het kostenniveau verklaart, beoordeelt en verantwoordt.
Daarbij is een belangrijk uitgangspunt dat lage kosten niet per definitie goed zijn en hogere kosten niet per definitie slecht. Verschillen kunnen het gevolg zijn van bewuste beleidskeuzes. Een beoordeling van uitvoeringskosten vraagt daarom om inzicht in de factoren die het kostenniveau bepalen én in hetgeen tegenover die kosten staat.
De rode draad: kosten rapporteren is het begin. Kosten vergelijken, in context plaatsen, verklaren en verantwoorden is de volgende stap.
-
2011 · AFM
De AFM zet uitvoeringskosten nadrukkelijk op de agenda
Een belangrijk startpunt is het AFM-onderzoek Kosten pensioenfondsen verdienen meer aandacht uit april 2011. De AFM constateerde onder meer dat de uitvoeringskosten tussen pensioenfondsen sterk konden verschillen en dat pensioenfondsen niet altijd alle kosten rapporteerden. Daardoor was het voor pensioenfondsbesturen en andere belanghebbenden moeilijk om een goed oordeel over de kosten te vormen.
Minister Kamp reageerde op 20 april 2011 op het AFM-onderzoek. In zijn brief aan de Tweede Kamer benadrukte hij het belang van transparantie, vergelijkbaarheid en verantwoording. Daarbij werd een beginsel geformuleerd dat nog steeds van belang is: hogere kosten hoeven niet zonder meer negatief te zijn. Zij kunnen het gevolg zijn van bewuste beleidskeuzes en bijvoorbeeld samenhangen met de wijze waarop het vermogen wordt belegd en met het daarmee nagestreefde rendement.
Ook benchmarking kwam daarbij nadrukkelijk aan de orde. Een vergelijking kan bijdragen aan de verantwoording, maar verschillen tussen pensioenfondsen moeten vervolgens wel worden verklaard.
Bekijk het AFM-onderzoek uit 2011 Bron: Kamerstukken II 2010/11, 30 413, nr. 155, brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 20 april 2011 — lees het kamerstuk -
2011 · Pensioenfederatie
De sector ontwikkelt de Aanbevelingen Uitvoeringskosten
Mede naar aanleiding van de maatschappelijke en politieke discussie ontwikkelde de Pensioenfederatie in 2011 de Aanbevelingen Uitvoeringskosten. Daarmee koos de pensioensector voor zelfregulering. Het doel was onder meer om pensioenfondsen op een meer uniforme wijze over hun uitvoeringskosten te laten rapporteren en de onderlinge vergelijkbaarheid te verbeteren.
De Aanbevelingen hebben betrekking op de verschillende kostencategorieën, waaronder:
- pensioenbeheer;
- vermogensbeheer;
- transactiekosten.
Een belangrijk uitgangspunt is dat kosten niet uitsluitend als losstaand getal moeten worden beschouwd. Voor een goede beoordeling moeten zij in perspectief worden geplaatst. Bij pensioenbeheer kan bijvoorbeeld worden gekeken naar schaal, complexiteit van de regeling en het gekozen serviceniveau. Bij vermogensbeheer spelen onder andere assetallocatie, actief of passief beheer, de gekozen beleggingscategorieën, risico en rendement een rol.
Daarmee werd al vroeg de basis gelegd voor wat IBI aanduidt als gedegen benchmarking: niet alleen vergelijken hoeveel een pensioenfonds uitgeeft, maar ook onderzoeken waardoor verschillen worden veroorzaakt en wat daar tegenover staat.
-
2012 · Regering
Zelfregulering betekent niet vrijblijvendheid
Minister Kamp informeerde de Tweede Kamer over de invoering van de Aanbevelingen Uitvoeringskosten. Daarbij maakte hij duidelijk dat de Aanbevelingen niet los konden worden gezien van de rapportage aan de toezichthouder. De minister formuleerde dit scherp:
“De mogelijke vrijblijvendheid van de Aanbevelingen met betrekking tot de kosten wordt opgeheven door de rapportageverplichting aan de toezichthouder.”
Deze passage is van belang voor de positie van de Aanbevelingen. Zij zijn ontwikkeld als sectorale zelfregulering, maar dat betekent niet dat zij zonder betekenis of geheel vrijblijvend zijn. Later is bovendien een deel van de kostentransparantie wettelijk verankerd.
Bron: Kamerstukken II 2011/12, 32 043, nr. 100, brief van minister Kamp, 14 februari 2012 — lees het kamerstuk -
2015 · Pensioenwet
Kostentransparantie wordt wettelijk verankerd
Vanaf 1 januari 2015 is in artikel 45a van de Pensioenwet een expliciete wettelijke verplichting opgenomen om in het bestuursverslag informatie te geven over uitvoeringskosten: de administratieve uitvoeringskosten, de kosten van vermogensbeheer en de transactiekosten.
Bekijk de drie hoofdcategorieën -
2014 – 2015 · AFM
Kosten moeten in context worden verklaard
In Kosten van vermogensbeheer en transactiekosten (2014) stelde de AFM expliciet dat vermogensbeheerkosten niet op zichzelf moeten worden bezien, maar in de context van rendement en risico.
In Vermogensbeheer- en transactiekosten pensioenfondsen in beeld (2015) volgde de constatering dat een eenvoudige vergelijking van totale kosten onvoldoende informatie geeft. Welke beleidskeuzes liggen achter het kostenniveau, en wat staat tegenover de gemaakte kosten?
-
2016 · Pensioenfederatie
Aangescherpte Aanbevelingen en comply or explain
In 2016 publiceerde de Pensioenfederatie een herziene versie van de Aanbevelingen Uitvoeringskosten. Daarin is het uitgangspunt comply or explain expliciet opgenomen. Wanneer een pensioenfonds een vetgedrukte aanbeveling niet toepast, moet het uitleggen waarom daarvan wordt afgeweken, tenzij het betreffende onderdeel inmiddels rechtstreeks uit wet- of regelgeving voortvloeit.
Daarmee moet onderscheid worden gemaakt tussen:
- wettelijke rapportageverplichtingen, waaraan het pensioenfonds moet voldoen; en
- sectorale zelfregulering, waarvoor het beginsel comply or explain geldt.
De herziene Aanbevelingen benadrukken bovendien het belang van vergelijkbaarheid en het in perspectief plaatsen van uitvoeringskosten.
Bekijk de 22 vetgedrukte aanbevelingen -
2019 · Regering
Kosten moeten worden bezien in relatie tot risico en rendement
Ook de regering bleef benadrukken dat uitvoeringskosten niet geïsoleerd moeten worden beoordeeld. In een Kamerbrief uit 2019 wordt gesproken over het belang van:
“een gedegen afweging te maken tussen kosten, risico en rendement.”
Het pensioenfondsbestuur bepaalt immers het beleggingsbeleid en maakt daarbij keuzes die rechtstreeks invloed hebben op het kostenniveau. Denk aan actief of passief beheer, de gekozen beleggingscategorieën en de wijze waarop het vermogensbeheer wordt georganiseerd. Een hoger kostenniveau kan daarom niet zonder kennis van deze keuzes worden beoordeeld.
Bron: Kamerstukken II 2018/19, 32 043, nr. 441, 28 januari 2019 — lees het kamerstuk -
Vanaf 2019 · Pensioenfederatie
De jaarlijkse Ledenmail houdt de context op de agenda
De Pensioenfederatie brengt de Aanbevelingen en aandachtspunten rond de rapportage over uitvoeringskosten periodiek via haar Ledenmail onder de aandacht van pensioenfondsen. Vanaf 2019 wordt aan het einde van het jaar in deze communicatie opnieuw aandacht gevraagd voor het in context plaatsen van uitvoeringskosten, met concrete verklarende kenmerken voor pensioenbeheer en vermogensbeheer.
Door deze jaarlijkse aandacht wordt benadrukt dat kostenverantwoording geen eenmalige beoordeling is, maar onderdeel van de verslaggevings- en governancecyclus van een pensioenfonds.
Bekijk de genoemde kenmerken -
2021 · AFM
De AFM onderzoekt de naleving
Tien jaar na de introductie van de Aanbevelingen onderzocht de AFM opnieuw hoe pensioenfondsen over hun uitvoeringskosten rapporteerden. De AFM keek daarbij nadrukkelijk verder dan uitsluitend de aanwezigheid van de kostencijfers. Volgens de AFM ontbrak in één op de vijf jaarverslagen bepaalde wettelijk verplichte kosteninformatie. Ook wanneer de cijfers wel waren opgenomen, was de verklarende toelichting vaak beperkt.
Een belangrijk onderdeel van het AFM-onderzoek draagt de veelzeggende titel:
“Hogere kosten kunnen goede redenen hebben”
De AFM wees erop dat een pensioenfonds bijvoorbeeld bewust kan kiezen voor een hoger serviceniveau. Ook bij vermogensbeheer kunnen hogere kosten samenhangen met complexere beleggingen, risicospreiding of het nastreven van een hoger rendement. Dat betekent dat een ranglijst van pensioenfondsen op basis van uitsluitend hoge of lage kosten onvoldoende informatie geeft om de prestaties van een pensioenfonds te beoordelen.
De AFM constateerde tegelijkertijd dat nog geen kwart van de onderzochte pensioenfondsen de pensioenbeheerkosten relateerde aan bijvoorbeeld het serviceniveau of de complexiteit van de regeling. Bij vermogensbeheer maakte minder dan een derde van de fondsen duidelijk hoe de kosten samenhingen met de beleggingsmix.
Lees de reactie van IBI op dit rapport -
2021 · Tweede Kamer
De Tweede Kamer reageert kritisch op het AFM-onderzoek
De bevindingen van de AFM leidden tot Kamervragen. De boodschap uit de beantwoording is duidelijk: correcte kostencijfers zijn noodzakelijk, maar cijfers alleen zijn niet voldoende voor een inhoudelijke kostenverantwoording. De informatie moet belanghebbenden uiteindelijk in staat stellen een oordeel over het kostenniveau te vormen.
- Over naleving na tien jaar
- “lang niet alle pensioenfondsen de eigen aanbevelingen volledig blijken op te volgen”
- Over de AFM-bevindingen
- “Deze bevindingen van de AFM komen erop neer dat nog veel pensioenfondsen werk te doen hebben.”
- Over het doel van kostentransparantie
- “De wettelijke normen voor kostentransparantie bevatten immers informatie-eisen als middel voor een doel”
- Over het oordeel dat mogelijk moet worden gemaakt
- “de verhouding tussen rendement, risico en kosten. Of over de verhouding tussen kosten en baten.”
-
2022 · Wet toekomst pensioenen
De Wtp versterkt de bestuurlijke verantwoording
Met de Wet toekomst pensioenen wordt de relatie tussen kosten en het pensioenresultaat voor deelnemers nog relevanter. Bij de parlementaire behandeling werd opnieuw benadrukt dat absolute kosten in een bredere context moeten worden beoordeeld. Voor vermogensbeheer gaat het bijvoorbeeld om de verhouding tussen kosten – beleggingsbeleid – risico – rendement; voor pensioenbeheer om kosten – complexiteit – kwaliteit – serviceniveau. Deze benadering sluit rechtstreeks aan bij de eerdere lijn van de Aanbevelingen en de AFM.
Tijdens de behandeling van de Wtp werd bovendien het gewijzigde amendement-Van Beukering-Huijbregts/Ceder aangenomen, waarmee wettelijk is vastgelegd dat het oordeel van het verantwoordingsorgaan of belanghebbendenorgaan in ieder geval mede betrekking heeft op de gemaakte uitvoeringskosten.
Lees wat dit voor VO en BO betekent -
2024 · Code Pensioenfondsen
Jaarlijks monitoren én evalueren
Ook de Code Pensioenfondsen 2024 sluit hierbij aan. Norm 6 verlangt niet alleen monitoring van het kostenniveau, maar een jaarlijkse evaluatie van kwaliteit én kosten. De Code schrijft niet voor dat daarvoor een bepaalde benchmark moet worden gebruikt. Een gedegen benchmark is echter een logisch instrument om deze jaarlijkse evaluatie van een objectief referentiekader te voorzien.
Lees norm 6 en het doel van de Code -
2026 · Tweede Kamer
De Kamer spreekt expliciet over een gedegen vergelijking
In de motie-Van Brenk constateert de Tweede Kamer dat deelnemers onvoldoende inzicht hebben in hoe de kosten van hun pensioenuitvoerder zich verhouden tot die van andere uitvoerders. De Kamer overweegt:
“dat er geen praktische of statistische redenen zijn die een gedegen vergelijking van kostenniveaus met uniforme kengetallen in de pensioensector onmogelijk maken”
Tegelijkertijd erkent de motie dat pensioenuitvoerders hun kostenniveau moeten kunnen toelichten omdat er legitieme redenen voor afwijkingen kunnen bestaan. Dat is precies het onderscheid tussen een eenvoudige kostenranglijst en gedegen benchmarking. De motie werd op 24 maart 2026 unaniem aangenomen.
Bron: Kamerstukken II 2025/26, 36 800 XV, nr. 86, motie-Van Brenk, 19 maart 2026 — lees de motie -
2026 · Regering
Kijk niet alleen naar kosten, maar ook naar wat de deelnemer terugkrijgt
In de reactie op de motie bevestigde de regering in mei 2026 opnieuw dat de discussie niet uitsluitend over de hoogte van de kosten moet gaan. Kostenverschillen kunnen onder andere samenhangen met:
- de omvang van het pensioenfonds;
- de kenmerken van de deelnemerspopulatie;
- keuzes rond uitvoering en communicatie;
- de risicohouding;
- het beleggingsbeleid.
Daarmee wordt opnieuw bevestigd dat een geïsoleerd kostencijfer onvoldoende is voor een inhoudelijke beoordeling. Het bestuur moet de kosten evalueren en beoordelen of verbeteringen mogelijk zijn. VO en BO hebben vervolgens een rol bij de beoordeling van de verantwoording door het bestuur en van de keuzes die het kostenniveau beïnvloeden.
Bron: Kamerstukken II 2025/26, 32 043, nr. 711, brief van de minister van SZW, 26 mei 2026 — lees het kamerstuk
Van kostentransparantie naar kostenverantwoording
De ontwikkeling sinds 2011 laat zien dat kostentransparantie noodzakelijk is, maar niet voldoende. Een pensioenfonds kan alle voorgeschreven kostencijfers correct publiceren en toch onvoldoende inzicht geven wanneer niet wordt uitgelegd:
- waardoor het kostenniveau wordt veroorzaakt;
- waarom kosten stijgen of dalen;
- hoe het fonds zich verhoudt tot passende vergelijkbare pensioenfondsen;
- welke beleidskeuzes verschillen verklaren;
- welke kwaliteit en dienstverlening tegenover de kosten staan;
- hoe kosten zich verhouden tot risico en rendement;
- en hoe het bestuur het kostenniveau zelf beoordeelt.
Juist onder de Wtp wordt die uitleg belangrijker.
- Meten
- Rapporteren
- Vergelijken
- Verklaren
- Evalueren
- Verantwoorden
- Bijsturen
Kosten rapporteren is het begin. Kosten vergelijken, verklaren en verantwoorden is de volgende stap. Gedegen benchmarking biedt daarvoor het referentiekader.
Het overzicht en de reactie op het AFM-rapport
Een overzicht van de ontwikkeling van de transparantie van uitvoeringskosten sinds 2011, en de reactie van IBI op het AFM-rapport van 1 april 2021.
Welke kenmerken verklaren de kosten?
Vanaf 2019 stuurt de Pensioenfederatie haar leden jaarlijks, aan het eind van het jaar, een Ledenmail. Daarin benadrukt de Pensioenfederatie dat de kosten in context moeten worden bezien, en noemt zij expliciet de volgende kenmerken.
Pensioenbeheerkosten
- De verschillende serviceniveaus
- Het aantal regelingen en de complexiteit van die regelingen
- De hoeveelheid waardeoverdrachten
- De communicatiestrategie
Vermogensbeheerkosten
- De gekozen beleggingsmix
- De benchmarkkosten
- Het rendement over een langere termijn
- Het benchmarkrendement
Deze kenmerken vormen de basis van de IBI-indices. Bekijk hoe wij dit in radargrafieken vertalen.
De Ledenmail van de Pensioenfederatie benadrukt dat het jaarlijks rapporteren van de uitvoeringskosten in context onderdeel is van de verslaggevings- en governancecyclus van een pensioenfonds.
Waarom gedegen benchmarking?
Een eenvoudige vergelijking met een gemiddelde is geen gedegen benchmark. Wanneer bijvoorbeeld wordt vastgesteld dat een pensioenfonds € 120 per deelnemer aan pensioenbeheer besteedt terwijl het gemiddelde € 100 bedraagt, weten bestuur en deelnemer alleen dat er een verschil van € 20 bestaat. Zij weten nog niet waarom.
Bij pensioenbeheer
- Schaal en deelnemersbestand
- Complexiteit van de regeling en het aantal regelingen
- Serviceniveau en kwaliteit van dienstverlening
- Het gekozen uitvoeringsmodel
Bij vermogensbeheer
- Assetallocatie en actief of passief beheer
- Mandaten of fondsen
- Alternatieve beleggingen en performance fees
- Risico en rendement
Een gedegen benchmark onderzoekt daarom niet uitsluitend het kostenniveau, maar betrekt ook de relevante verklarende factoren. Vervolgens komt de belangrijkste vraag:
Wat krijgt het pensioenfonds voor de gemaakte kosten terug?
Daarmee verandert benchmarking van een eenvoudige kostenvergelijking in een diagnostisch bestuurlijk instrument.
Bronnen en achtergronddocumenten
De hiervoor beschreven ontwikkeling is gebaseerd op oorspronkelijke documenten van overheid, toezichthouder en Pensioenfederatie. Voor verdere verdieping verwijzen wij naar de volgende bronnen.
- Kosten pensioenfondsen verdienen meer aandacht Het onderzoek waarmee de AFM de transparantie van uitvoeringskosten nadrukkelijk op de agenda zette.
- Reactie van minister Kamp op het AFM-onderzoek
- Aanbevelingen Uitvoeringskosten In het bijzonder onderdeel 1.3.2 Benchmarking, waarin het in perspectief plaatsen van kosten door middel van benchmarking wordt behandeld.
- Brief van minister Kamp over de Aanbevelingen Uitvoeringskosten Over de relatie tussen de Aanbevelingen en de rapportage aan de toezichthouder.
- Onderzoek naar jaarverslagen pensioenfondsen inzake kosten van vermogensbeheer en transactiekosten
- Vermogensbeheer- en transactiekosten pensioenfondsen in beeld
- Kamerbrief over een gedegen afweging tussen kosten, risico en rendement
- Meer aandacht nodig voor de verantwoording van kosten door pensioenfondsen Zie in het bijzonder de passages over hogere kosten, kosten in context, peervergelijking en ‘Waarom is benchmarken belangrijk?’.
- Reactie van IBI op het AFM-rapport van 1 april 2021
- Beantwoording Kamervragen naar aanleiding van het AFM-onderzoek Bekijk het originele kamerstuk
- Gewijzigd amendement-Van Beukering-Huijbregts/Ceder over het oordeel van VO/BO Bekijk het originele kamerstuk
- Code Pensioenfondsen 2024 In het bijzonder norm 6: visie hebben op kwaliteit, kosten en uitbesteding.
- Transparantie uitvoeringskosten sinds 2011
- Motie-Van Brenk over uniforme kostenkengetallen en een gedegen vergelijking van kostenniveaus
- Kabinetsreactie over kostentransparantie en vergelijkbare kostenkengetallen
Vragen over kostentransparantie?
Wij denken graag mee over de verantwoording en communicatie van uw uitvoeringskosten.